Behaviorisme
Onstaan begin 1900 met als grondlegger Ivan Pavlov.

Behaviorisme is de (leer-)psychologische stroming die de basisprincipes vormt voor het huidige onderwijs. In de ogen van een behaviorist is de mens bij de geboorte een blanco blad, dat in de loop van zijn leven gevuld dient te worden. Door onderwijs en opvoeding vindt een soort van ‘opslag’ van kennis plaats, waardoor de mens gevormd wordt.
behaviorisme.jpg
Het behaviorisme gaat terug naar de ontdekkingen van Pavlov (eind 19e eeuw). Pavlov heeft uitgebreid onderzoek gedaan, door middel van dierenexperimenten, naar het leren van mensen. Pavlov kwam er achter dat de fysiologische of aangeboren reflex vervangen kon worden door een geconditioneerde reflex. Het gaat hierbij om een principe waarbij twee gebeurtenissen die vaak tegelijkertijd of vlak na elkaar plaatsvinden ertoe leiden dat de ene gebeurtenis dezelfde functie voor het gedrag kan krijgen als de andere. Ook ontdekte Pavlov dat de geconditioneerde reflex weer uitdoofde wanneer de respons na de stimulus niet meer werd aangeboden. Pavlov nam aan dat alle menselijke gedragingen volgens dit type leerproces werden geleerd. Pavlov en het behaviorisme negeren daarmee verschillen tussen mensen (bijvoorbeeld het karakter) maar ook dat er meer manieren van leren zijn dan opslag van kennis en prikkel aan gevolg koppelen.

Aan het begin van de 20e eeuw ontdekte de Amerikaan Thorndike de wet van het effect. Thorndike concludeerde uit zijn experiment met de ‘puzzle-box’ dat leren plaatsvond door de versterking of bekrachtiging van (gewenst) gedrag. Skinner ontwikkelde op basis van de wet van het effect een onderwijsvorm: de skinner box. Inmiddels is het duidelijk dat de geprogrammeerde instructie geen wondermiddel is, omdat het leerproces van tevoren te veel wordt vastgelegd.

Wat kennis en moraal besef betreft, zijn jonge kinderen volgens het bahaviorisme een ‘leeg ei’. Zo hebben kinderen volgens Skinner geen kennis en moraal besef. Moraal besef en kennis worden door het aanbieden van leerstof en vervolgens met straffen en belonen opgebouwd. Inmiddels is het duidelijk dat belonen beter werkt dan straffen. Er gebeurt dus niets als er geen straffen en beloningen worden uitgedeeld. Behavioristen gaan daarbij voorbij aan het feit dat mensen van nature gemotiveerd zijn om te leren. Dit kun je zien bij een kind dat vanuit zichzelf wil gaan lopen, praten, spelen, ontdekken, etc.

In de ogen van een behaviorist zijn er twee soorten beloningen: materiële beloningen en sociale beloningen. Bij materiële beloningen kun je denken aan het krijgen van eten, geld of een cadeautje. Bij sociale beloningen kun je denken aan het krijgen van complimentjes, schouderklopjes, persoonlijke aandacht en waardering ontvangen. Bij het behaviorisme wordt de sociale beloning het meest gewaardeerd. Dit kan in het onderwijs erg goed gebruikt worden om studenten te stimuleren en te motiveren zich verder te ontwikkelen.

Een toepassingsgebied van het behaviorisme is de psychotherapie, ook wel gedragstherapie genoemd. Deze therapie gaat ervan uit dat verkeerd gedrag is aangeleerd en dat verkeerdgedrag weer af te leren is en gewenst gedrag aan te leren. Zo kan duimzuigen gezien worden als verkeerd gedrag. Er wordt uitgegaan dat duimzuigen kennelijk gekoppeld is aan een plezierig gevoel. Het is af te leren door het duimzuigen te koppelen aan een ander gevoel, bijvoorbeeld vies smakend. Door een vies smakend goedje op de duim van het kind te smeren zal het kind op een gegeven moment niet meer gaan duimzuigen. Duimzuigen wordt geassocieerd met een vieze smaak. Deze theorie is op verschillende gebieden toe te passen zoals: afleren te roken, vliegangst, straatangst, spinnenfobie, etc.

Het klinkt misschien erg simpel, maar het blijkt wel te werken. Vraag is alleen, als het kind niet meer kan duimzuigen maar wel die behoefte heeft, wat gaat het kind dan doen? Waarschijnlijk gaat het vervangende middelen zoeken. Misschien wel extreem snoepen. Als je dat dan weer wilt afleren kom je erachter dat je bezig bent met symptoom bestrijding en niet met de oorzaak. Dat is gelijk ook de algemene kritiek op deze psychologie als die eenzijdig wordt toegepast want het neemt niet de oorzaak weg maar houdt zich bezig met symptoombestrijding. In combinatie met een therapie die gericht is op de oorzaak weg nemen is dit een goede therapie.

Behaviorisme toegepast in het onderwijs
De toepassingen van de behavioristische theorie zijn nog altijd waardevol, vooral waar het gaat om het leren van automatismen en motorische vaardigheden. De volgende principes zijn nuttig voor het hedendaags onderwijs:

- Bekrachtiging: het waarderen van (deel)activiteiten van studenten. Door positieve bekrachtiging wordt de student gemotiveerd.
Bijvoorbeeld: dat de docent in een groepsgesprek een teruggetrokken student prijst en stimuleert wanneer hij voor zijn mening durft uit te komen. Wanneer de docent dit enkele malen gedaan heeft, zal de drempel om aan de discussie deel te nemen voor deze student geleidelijk verdwijnen.

- Modelleren: het systematisch opbouwen van deelhandelingen of – theorieën wanneer een bepaald complex gedrag of complexe theorie aangeleerd moet worden.
Wanneer iets moeilijks moet worden aangeleerd, is het verstandig om het in kleine overzichtelijke stukken aan te bieden.

Interessante bronnen voor meer informatie over het behaviorisme:

http://home.wanadoo.nl/a.heer/Behaviorisme.htm (laatste keer bekeken in februari 2009)
http://www.natuurlijkleren.net/behaviorisme.php (laatste keer bekeken in februari 2009)
http://nl.wikipedia.org/wiki/Behaviorisme (laatste keer bekeken in februari 2009)
http://www.leren.nl/cursus/sociale-vaardigheden/overtuigen-beinvloeden/conditionering.html (laatste keer bekeken in februari 2009)
http://library.thinkquest.org/26618/dutch/5.5.1=klassieke%20conditioning.htm (laatste keer bekeken in februari 2009)
http://koll-leertheorieen.wikispaces.com/page/code/behaviorisme (laatste keer bekeken in februari 2009)

Leren (en) doceren in het Hoger Onderwijs van A.J. Kallenberg, ISBN: 90-5189-488-0