Conclusie.


Als groep komen wij tot de volgende conclusie:
Onderwijs is door de jaren heen flink veranderd en veranderd nog voortdurend. De goede ideeën uit het verleden worden gehandhaafd. Oude concepten worden herschreven, bijvoorbeeld het straffen en belonen systeem, naar het huidige onderwijs. In het nieuwe leren is belonen terug te vinden. Psychologische inzichten kunnen ons helpen in de reflectie op ons gedrag. Er zijn vele psychologen geweest die ons daar inzicht in hebben gegeven.
Gedrag in brede zin: ons denken, voelen, bewustzijn en de motieven die daaraan ten grondslag liggen. Daarnaast zijn zij grondleggers van de theorie van de cognitieve ontwikkeling van de mens. Deze ontwikkelingstheorieën worden nog steeds gebruikt in het huidige onderwijs. Vrije keuzemogelijkheid, vanuit de intrinsieke motivatie, in het onderwijs maakt dat de leerling centraal staat en mag leren vanuit zijn eigen behoefte. Vanaf 1920 zijn de onderwijsvernieuwingen in een stroomversnelling gekomen vanwege de financiële gelijkschakeling. Klassiekaal methodisch onderwijs staat centraal, achterliggende leertheorieën zijn het behavriorisme en cognitivisme. De ideeën van onderwijsvernieuwers uit het begin van de 20e eeuw worden nog steeds vertaald in het montessori-, jenaplan-, vrijeschool-, dalton- en freinetonderwijs. Hun onderwijsvisie sluit naar onze mening goed aan bij 'het nieuwe leren'. Van Parreren heeft het ontwikkelend onderwijs ingevoerd in Nederland. Van Parreren bedacht dat de leerling het niveau zelf kon verbeteren door veel te leren volgens 5 beschreven leermethodes.
Een methode hiervan is het inzichtbevorderend leren .Deze methode wordt door Simons als een van de beste leermethodes gezien. Deze methode vormt dan ook de basis voor het nieuw leren.
Vanaf 1980 zijn er nieuwe ideeen ontwikkeld, genaamd 'het nieuwe leren', gebaseerd op de leertheorie van het sociaal constructivisme. In 2006 is het connectivisme ontwikkeld.

Kanttekeningen zijn er ook bij de huidige ontwikkelingen. Het gevaar is dat leerlingen te vrij en los worden gelaten, terwijl niet alle leerlingen dit aan kunnen. Wij vinden dat er een basisstructuur geboden moet worden en begeleiding moet gewaarborgd zijn. Uit alle beschouwingen, kantekeningen en kritische overwegingen is in ieder geval een ding duidelijk: de kwaliteit van de docent is van essentieel belang voor het slagen van welke onderwijsvorm of methode ook. Wij als groep hopen dat wij als aankomende docenten voldoende tijd krijgen om ons alle nieuwe aanpassingen eigen te kunnen maken alvorens weer een onderwijsvernieuwing doorgevoerd wordt.