Ivan Pavlovexternal image 05pavlov.jpg
Rjazan, 14 september 1849 – Leningrad 27 februari 1936
Russisch fysioloog. De pavlovreactie is naar hem vernoemd. In 1904 ontving hij hiervoor de Nobelprijs.

Hij studeerde farmacologie en fysiologie in Sint Pietersburg. Later werd hij aan deze academie hoogleraar. Bovendien deed hij veel onderzoek op het gebied van de geneeskunde.
Pavlov was vooral geïnteresseerd in het gedrag van mensen en dieren, in het bijzonder de reflexen. Aangeleerd gedrag is de rode draad in zijn werk. Hij is met name bekend vanwege zijn theorie over 'klassiek conditioneren'.

Theorie:
Pavlov was een behaviourist. Dit hield in dat hij zich alleen op gedrag richtte, omdat dit objectief meetbaar was en gedachten dit niet zijn. Aantoonbaarheid en bewijsbaarheid waren de sleutelwoorden in zijn werk. Het brein kan gezien worden als een zwarte doos ('black box'); een doos waarvan niet bekend is wat zich binnenin afspeelt. Alleen het resultaat van de processen in de doos, het gedrag, is relevant voor de wetenschap.
Pavlov richtte zich op automatische uiterlijke reacties, ook wel reflexen genoemd. Deze worden veroorzaakt door prikkels van buiten af. Reflexen zijn aangeboren automatische responsen, zoals knipperen met je ogen of de zuigreflex. Toch is reflexgedrag op een bepaalde manier te manipuleren. Dit heet conditioneren. Hierbij wordt aan een persoon of dier een ongeconditioneerde stimulus aangeboden. Deze stimulus heeft een reflex als gevolg. Tijdens het aanbieden van deze ongeconditioneerde stimulus wordt ook een geconditioneerde stimulus aangeboden. Dit proces wordt een aantal keren herhaald. Na verloop van tijd kan de ongeconditioneerde stimulus worden weggelaten. Aanbieding van alleen de geconditioneerde stimulus heeft dan de reflex tot gevolg. Dit proces lijkt erg ingewikkeld, maar in de onderstaande proef wordt het duidelijk gemaakt. Deze proef heet ook wel 'de honden van Pavlov'. In vele van de proeven werd gebruik gemaakt van dieren, onder andere omdat deze minder complex zijn dan mensen.
Pavlov's invloed op de wetenschap was zeer groot, vooral op het behaviorisme dat zijn visie op menselijk gedrag deelde. Zijn theorieën werden vooral belangrijk geacht op het gebied van de ontwikkeling van kinderen.

Onderzoeken en experimenten



De theorie van Pavlov leende zich bij uitstrek voor onderzoek in laboratoria. Veel experimenten werden uitgevoerd met dieren. Het beroemdste experiment is het hierboven reeds genoemde experiment met het conditioneren van honden.
De honden die meededen aan dit experiment kregen regelmatig een kleine hoeveelheid voedsel aangeboden. Dit had als gevolg dat ze begonnen te kwijlen. In dit geval is het voedsel de ongeconditioneerde stimulus en dit heeft een reflex tot gevolg, namelijk kwijlen. Tijdens het aanbieden van het voedsel klonk echter ook steeds een neutrale stimulus, namelijk een harde zoemer: de geconditioneerde stimulus. Dit proces van tegelijkertijd voedsel en zoemer aanbieden met als gevoel het kwijlen van de hond werd een aantal keren herhaald. Na enige tijd werd de ongeconditioneerde stimulus (het aanbieden van voedsel) weggelaten. Het gevolg was verrassend. De overgebleven geconditioneerde stimulus (het klinken van de zoemer) had hetzelfde gevolg bij de honden als het eten had. De honden gingen namelijk kwijlen bij het horen van de zoemer, terwijl er geen eten werd aangeboden. Doordat het aanbieden van voedsel zo vaak geässocieerd was met de zoemer, had alléén het horen van de zoemer na verloop van tijd hetzelfde effect (kwijlen). Dit koppelen van een neutrale stimulus aan een reflex van een ongeconditioneerde stimulus heet conditioneren.
external image pavlov.gif

Naast dit experiment van honden deed Pavlov meer onderzoek naar het conditioneren van andere gedrag (bijvoorbeeld de manier van bewegen) en met andere dieren (bijvoorbeeld duiven).

Bronnen:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Ivan_Pavlov\
geraadpleegd 7 februari 2009
http://www.psychonline.nl/hof/pavlof.htm
geraadpleegd 7 februari 2009
http://www.nobelprize.org/educational_games/medicine/**pavlov**/readmore.html
geraadpleegd 18 februari 2009