Jan Ligthart
Amsterdam, 11 januari 1859 – Laag Soeren, 16 februari 1916
ligthart.jpg
Opvoeden vanuit intuïtie
Jan Ligthart was een van de weinige nederlandse pedagogen die naam maakten in het begin van de 20e eeuw. Hij was de grondlegger van zaakonderwijs. Samen met de leerkrachten van zijn school in de Schilderswijk ontwierp hij een nieuw leerplan dat in maandelijkse vergaderingen werd besproken. In een voor de school geschreven blad, Onder één dak, werden de besluiten vastgelegd en nader uitgewerkt. Zo’n collegiale werkwijze was in die tijd, eind 19e eeuw, niet gebruikelijk. Ligthart streefde in zijn school een sfeer van vriendschap na. Hij wilde de leerkracht als zelfstandig onderwijzende persoonlijkheid erkennen. Daarom ook hielp hij bij de oprichting van de afdeling ’s Gravenhage van de “Bond van Nederlandse Onderwijzers”.

Pedagogische ideeën
Opvoeding als een kunst uit liefde voor het kind. Lighart beschouwde opvoeden geen toepassing van wetenschap maar handelen vanuit begrip en meegevoel met het kind. Hij benaderde kinderen vooral vanuit intuitie. Hij hechte grote waarde aan de persoonlijkheid van de leerkracht in relatie met het kind. Deze was bepalend voor het slagen van het opvoeden en onderwijzen van het kind. Hij wilde zich niet conformeren aan een systeem of methode maar het kind als uitgangspunt nemen. Wat heeft het kind nodig? Hij was bang dat het individuele en eigenaardige van ieder afzonderlijk kind uit het oog zou worden verloren als kinderen en hun leren in kaders zou wordengeplaatst.

ZaakonderwijsJan_ligthart_-Het_volle_leven_adv.jpg
Jan Ligtharts belangrijkste bijdrage aan de verbetering van de positie van de arbeiders ligt vooral in zijn werk als onderwijsvernieuwer. Hij was zich vanaf het begin van de jaren negentig (1890) bewust van het klassekarakter van het lager onderwijs. Hij was van mening dat de schoolboeken en de methodiek nauwelijks aansloten bij de praktische behoeften van het arbeiderskind. Dit arbeiderskind ging, ongeacht het feit of het alle klassen van de lagere school had doorlopen, met zijn twaalfde jaar van school 'om te gaan werken bij een baas'. Ligthart vond dat de lagere school over de breedte van alle vakken een teveel aan leerstof bood, waaraan deze kinderen weinig of niets hadden. De curriculum-eisen waren vooral afgestemd op kinderen die naar de Hoogere Burger School of het gymnasium zouden gaan. In zijn samen met H. Scheepstra en W. Walstra geschreven Het volle leven. Handleiding voor het zaakonderwijs in de eerste schooljaren (Groningen 1905-1911; 4 delen) werd vanuit zes opeenvolgende projecten gewerkt, waarbij telkens een elementair arbeidsveld centraal stond. De projecten waren zo gekozen dat de Haagse stadskinderen inzicht verkregen in de elementaire middelen van bestaan: woning, voeding en kleding. Tegelijk verkregen ze vanuit deze projecten kennis van en inzicht in de takken van nijverheid waar ze zelf zouden gaan werken. Handvaardigheid en tuinwerk namen binnen de methodiek volgens Het volle leven een centrale plaats in.

Jan ligthart de schrijver
Jan ligthart had een grote voorliefde voor schrijven. Van zijn hand verschenen, in samenwerking met de Groninger kweekschoolleraar Scheepstra, ruim dertig schoolboekjes voor het lees-, taal-, en biologieonderwijs geschreven. Het meest bekend hiervan werd de serie Nog bij moeder (Groningen 1904-1905; 4 delen),
beter ot_en_sien.jpgbekend als 'Ot en Sien',in 1907 gevolgd door 'Pim en Mien'. Ook hier was Ligtharts bijdrage gericht op het maken van een methodiek die beter aansloot bij de praktische toekomst van het arbeiderskind. Als voorstander van spellingsvereenvoudiging zag hij in dit werk ten dele af van het gebruik van de naamvallen, die nog waren gebaseerd op de achttiende-eeuwse schrijftaal van de hogere klassen. De boekjes waren geschreven in algemeen beschaafde spreektaal. Hoewel de verhaaltjes zich ten dele afspeelden in de gegoede burgerlijke standen, wilde Ligthart expliciet de Nederlandse taal voor het arbeiderskind ontsluiten. Zijn taalmethodiek sloot aan bij het gegeven dat arbeiderskinderen dialecten en sociolecten spraken. Het zaak-, lees- en taalonderwijs moest aansluiting zoeken bij deze 'achterstand'.
Ligthart schreef graag en vrij veel. Zijn werk laat zich kenmerken door relativeringsvermogen, een mild ironische stijl en toegankelijk taalgebruik dat de lezer meenam. Toch had hij achter alle luchtigheid te kampen met somberheid, depressiviteit, hartklachten en extreme vermoeidheid. Vanaf zijn veertigste raakte hij om de zeven jaar overspannen, moest zich dan samen met zijn echtgenote voor maanden terugtrekken in een klein pension in Het Gooi of in Gelderland. Ligthart had een gelukkig en stabiel huwelijksleven. Van zijn vrouw, die goed op de hoogte was van zijn werk, kreeg hij door de jaren heen essentiële steun. Zo nam zij tijdelijk, soms voor een heel jaar, zijn correspondentie evenals de redactie van School en Leven van hem over. Het plotselinge verlies van hun negenjarig zoontje Jan in 1905 maakte hem als pedagogisch auteur veel ernstiger. Zijn wereldbeeld werd na dit jaar pessimistischer, moralistischer en uitgesproken ethisch-christelijk. Maar ondertussen trok hij met zijn schoolpraktijk in de Tullinghstraat de aandacht van vele Europese en Amerikaanse onderwijsvernieuwers. Tientallen buitenlandse pedagogen, onder wie A. Ferrière, E. Claparède, E. Key en M. Montessori, bezochten zijn school. Zelf maakte Ligthart op uitnodiging van Stockholmse schooldirecteuren een rondreis door Zweden en Denemarken om er te spreken over zijn methodiek voor het zaakonderwijs.

Succesvol maar ook teleurgesteld

Koningin Wilhelmina vroeg hem het onderwijs voor prinses Juliana te verzorgen. Ligthart voelde zich hiervoor op dat moment al te vermoeid en stuurde daarom een van zijn onderwijzeressen. Ondanks al dit succes was Ligthart teleurgesteld in zijn eigen kring, het openbaar lager onderwijs, waaraan hij zo veel te danken had gehad. Binnen de Nederlandse schoolwereld was zijn levenswerk, het zaakonderwijs, vooral met kritische toon ontvangen. De navolging van zijn methodiek bleef beperkt, juist omdat hij de onderwijzers als zelfstandige en vindingrijke personen had benaderd. In het voorjaar van 1914 bracht Ligthart samen met zijn vrouw een tweede werkbezoek aan Scandinavië. Op uitnodiging van Noorse onderwijzers verzorgde hij stralend zijn lezingen aan scholen in Christiania (Oslo), Drammen en Bergen, maar vermoeid en gekweld door oorsuizingen en hartkloppingen keerde hij naar Nederland terug. Kort daarop brak de oorlog uit. Nederland bleef neutraal maar een inkwartiering van soldaten in de School in de Tullinghstraat vond Defensie noodzakelijk. Ziek en versomberd trok hij met zijn vrouw naar Laag Soeren in Gelderland, waar hij tevens behandeld kon worden voor zijn klachten. Ligthart was een man geweest van hooggestemde morele idealen, maar vanaf 1914 moest hij zien te leven met het besef van een onmenselijke wereldoorlog. Hij herstelde niet meer van zijn somberheid en kwalen.
Huidige scholen zijn geinspireerd door het gedachtegoed van Jan Ligthart.

Onze mening.
De onderwijsvisie van Jan Ligthart stelt de behoeften van de leerling centraal. Hiermee liep hij ver vooruit op zijn tijdgenoten en sluit hij aan bij de huidige onderwijsvisies die ook de leerling centraal stellen. Jan Ligthart opereerde hierbij buiten de voorgeschreven kaders en zag ook het belang in van vrijheid hierin ten behoeve van de ontwikkeling van het individuele kind. Met zijn intuitieve benadering benadrukte hij de eigenheid van elk kind. Iets wat in de huidige maatschappij en in het onderwijs aandacht krijgt.

Bronnen:
http://www.iisg.nl/bwsa/bios/ligthart.html
geraadpleegd: 8 februari 2009
http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Ligthart
geraadpleegd: 8 februari 2009