Lev Vygotski
Vorsja, 17 november 1896 – Moskou, 11 juni 1934.external image vygotski.jpg
Russisch psycholoog en filosoof, beïnvloed door de ideeën van Karl Marx.

Linguïstiek:
Vygotski is vooral bekend geworden door zijn werkzaamheid in de linguïstiek. Hierin was hij voornamelijk bezig met de relatie tussen denken en taal, iets wat tot dan toe nog niet systematisch was onderzocht in de psychologie. Hiervoor ging men uit dat spreken de uiterlijke expressie was van het denken, een innerlijk proces. We gebruiken taal als een middel om onze denkbeelden uit te drukken. Vygotski vond ondanks het intuïtief plausibel karakter hiervan, dat het conceptueel niet helemaal juist was. Hij vond dat het denken geherstructureerd wordt als het in taal wordt uitgedrukt.


Onderzoek met kinderen:
Ook is Vygotski bekend geworden door zijn onderzoek met kinderen. Hierin noemde het kind een afhankelijk individu, dat niet geïsoleerd kan leven. Terwijl Jean Piaget vooral de nadruk legde op de interactie van het kind met de fysieke wereld, zag Vygotski het meer als een sociale wereld. Het kind leert van de sociale omgeving en leert de taal op de eerste plaats om met anderen te kunnen spreken. Het begint het leren van taal door het luid uitspreken van woorden. Als het kind verder groeit, leert het de woorden te internaliseren, d.w.z. dat de taal op een sterk versimpelde manier (niet meer te herkennen als taal) zich in het hoofd afspeelt.


Theorie van de zone van de naaste ontwikkeling:



Vygotski wilde in zijn tijd de ontwikkeling van een kind niet vastleggen op kalenderleeftijd of determineren aan de hand van proeven van bekwaamheid waarvan het kind verondersteld wordt het niveau te beheersen.
Hij wilde de leerling laten reiken naar een hoger niveau, zonodig met de hulp van de leerkracht, die in zijn theorie een belangrijke rol heeft.
Vygotski gaat ervan uit dat de leerling leert in aansluiting op wat hij al weet, maar het moet wel nieuw of uitdagend zijn om daadwerkelijk van leren te kunnen spreken.

Leren is ontwikkelen:
De uitdaging die het ontwikkelingsmodel schetst is, hoewel al vrij lang geleden te boek gesteld, erg actueel. De uitdaging die nodig is om mensen te laten leren, sluit naadloos aan bij de ontwikkelingen in het onderwijs die momenteel gaande zijn.
Het past o.a. in de gedachte van “een leven lang leren”.
Het werk van Vygotski wordt nog steeds gebruikt als basis voor nieuwe ontwikkelingen.

De rol van de leerkracht:
Vygotski onderzocht de grenzen van ons mentale leven en beschreef dat, niet van binnen naar buiten zoals in de traditionele psychologie, maar van buiten naar binnen. Dus niet als innerlijk, maar als praktisch en sociaal proces.
Opvallend is de rol van de leerkracht in deze interindividuele ontdekkingsreis.
Hij leert zelf ook, maar omdat hij meer competent is, kan hij vooruitlopen. Hij kan de kwaliteit van de ontdekkingsreis vergroten door te sturen in de richting van wat de andere lerende nu nog niet, maar straks wel in huis zullen blijken te hebben.
Zo sprak hij over de ‘bloemen’ en de ‘vruchten’ van ontwikkeling. De bloemen zijn de leerpotenties die nog niet zichtbaar zij, maar wel aanwezig, de vruchten zijn de operationele resultaten.
De docent moet zich ook richten op de bloemen, door de lerende aan te spreken in hun zone van naaste ontwikkeling.

Determinisme:
Net als bij Stevens, overstijgen de gedachten van Vygotski het niveau van methodische opsomming of ordening. Ze zijn zelfs niet alleen een leerpsychologie die de raadselen van menselijke cognitie probeert te ontrafelen. Vygotski heeft voor de moderne tijd opnieuw de grote vragen gesteld: Wat is kennen? Wat is zijn? Hoe verhouden mensen zich tot elkaar en tot de objectieve wereld om hen heen?
Hij werkt allerminst systematisch: hij roept eerder vragen op dan dat hij ons stap voor stap meeneemt naar een antwoord.
Maar steeds gaan de vragen in een bepaalde richting, die van zelfsturing en van leren als betekenis geven. Wat bepaald dat een mens kan leren? Kunnen mensen handelen door onafhankelijke mentale sturing, of is wat ze doen uiteindelijk altijd geconditioneerd?
Tegenover determinisme stelt Vygotski de menselijke vrijheid. Samenwerkend en sprekend zijn mensen in staat tot dingen te komen die niet herleidbaar zijn tot iets wat eraan vooraf ging.
Vygotski sprak over de eenheid van evolutie en revolutie; een voorbeeld: jarenlang functioneert een persoon op een bepaald niveau en zonder dat er enige aanwijsbare aanwijzing voor is, maakt hij een kwalitatieve sprong waarmee hij zijn eigen grenzen overstijgt.
Vygotski legde hiermee ondermeer de basis voor de ideeën rond conceptual change.
Die ideeën gaan ervan uit dat mensen hun subjectief concept kunnen afleggen en geheel nieuwe concepten kunnen creëren, waarvoor geen oud ‘materiaal’ aanwezig was.

Bronnen:
Http://www.earlytechnicaleducation.org/nl2/hof2p4nl.htm
geraadpleegd 7 februari 2009
http://nl.wikipedia.org/wiki/Lev_Vygotski
geraadpleegd 7 februari 2009
http://video.google.nl/videoplay?docid=634376752589779456&ei=CpGxSc-cC4GyqAKLrfT4CA&q=vygotsky&hl=nl&emb=1
geraadpleegd 6 maart 2009