Peter Petersen

Duitsland 26 juni 1884 - 21 maart 1952

peterPetersen.jpgMeten is weten, maar je doet meer met ongeveer
Grondlegger van Jenaplan onderwijs. Peter Petersen werd in 1884 geboren in een boerengezin in een dorp in Duitsland aan de Duits / Deense grens. In 1923 werd Peter Petersen hoogleraar in de opvoedkunde. Hij kreeg toen ook de leiding van het pedagogisch seminarie en van de universitaire oefenschool in het Oostduitse Jena. Op verzoek van ouders heeft Peter Petersen de oefenschool ingericht naar zijn vernieuwingsinzichten. Petersen had veel kritiek op het klassikaal onderwijs. Van 1923 tot 1950 is Petersen in Jena actief geweest en vanaf 1928 werkte zijn vrouw Else met hem samen. De laatste jaren van zijn leven zijn bijzonder bitter geweest, doordat zijn levenswerk in het in de DDR liggende Jena systematisch werd afgebroken. Een jaar voor zijn dood werd de universiteitsschool van Jena gesloten door de Russen, omdat ze vonden dat deze politiek gezien een zeer gevaarlijk overblijfsel vormde van de Weimar-republiek. Ondanks deze tegenslagen bleef Petersen tot het einde actief. Hij overleed in 1952.

Jenaplan in Nederland
In ons land ontdekte Suus Freudenthal- Lutter (1908-1986) in 1955 het Jenaplan van Petersen. Zij was als internationaal secretaris actief in de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van Opvoeding en Onderwijs, waarvan Kees Boeke toen voorzitter was. Als moeder was zij teleurgesteld in het onderwijs aan haar kinderen. In het Jenaplan van Petersen ontdekte zij de school waar zij al lang naar op zoek was. Met al haar denkkracht, energie en organisatietalent mag Suus Freudenthal met recht de moeder van de Nederlandse Jenaplanbeweging genoemd worden. In 1968 werd de Stichting Jenaplan opgericht. Er verscheen ook een kwartaaltijdschrift, Pedomorfose (dat in 1981 stopte en enkele jaren later werd opgevolgd door het blad Mensen-kinderen). De eerste Jenaplanschool in ons land dateerde van 1962. Het aantal scholen groeide snel.

Jenaplanscholen
In ons land zijn ruim 220 Jenaplanscholen. Deze zijn aangesloten bij de Nederlandse Jenaplanvereniging met 45.000 kinderen. De meeste jenaplanscholen zijn basisscholen. De naam Jenaplanschool (hoewel onbeschermd) komt toch allereerst toe aan scholen die lid zijn van de NJPV en daarmee de gezamenlijke basisprincipes onderschrijven. De Jenaplanscholen vormen een onderdeel van de samenwerkende bewegingen van vernieuwingsscholen Montessori, Vrije School, Dalton, Freinet en anderen georganiseerd in de Samenwerkende Organisaties voor Vernieuwings-onderwijs (SOVO). Deze samenwerking tussen de vernieuwingsrichtingen wordt steeds intensiever, onder de noemer De pedagogische school.

Wat is het Jenaplanprincipe?
Werken volgens de uitgangspunten van het Jenaplan.
Dit schoolmodel werd in de jaren twintig door de Duitse opvoedkundige Peter Petersen in de stad Jena ontwikkeld. Van de school wilde hij een echte leef- en werkgemeenschap maken. De persoonlijke ontwikkeling stond bij hem voorop.

Op een Jenaplanschool wordt niet gewerkt met een lesrooster, maar met een ritmisch weekplan.
Dit weekplan bestaat uit vier belangrijke pedagogische activiteiten; gesprek, werk, spel en viering.


jenaplan_clip_image001_0000.gifjenaplan_clip_image001.gifjenaplan_clip_image001_0001.gifjenaplan_clip_image001_0002.gif


In het dagelijks leven wisselen samen praten, spelen, werken en vieren elkaar op een vanzelfsprekende manier af. Er wordt een natuurlijke afwisseling tussen basisactiviteiten; tussen inspanning en ontspanning, bezig zijn en zich bezinnen, praten en luisteren, voorbereiden en uitvoeren, gehanteerd. Groepen worden gevormd door kinderen van verschillende leeftijd omdat overeenkomt met het functioneren in familiesituatie als ook in de maatschappij.
De taak van de groepsleiding is om ieder kind in zijn eigen ritme bezig te laten zijn en om het ritme van de hele groep te bepalen. Onderwijs lig ingebed in de opvoeding. Innige samenwerking met ouders is noodzakelijk. Het Jenaplan is geen vaststaand onderwijsmodel. Jenaplanscholen kunnen een eigen invulling geven aan de vormgeving van het onderwijs. Jenaplanonderwijs werkt met heterogene leeftijdsgroepen. Er wordt uitgegaan van de behoeften van het individuele kind. Jenaonderwijs zorgt voor een pedagogische leersituatie waarin alle betrokken uitgedaagd en gestimuleerd worden mee te doen en mee te denken. Jenaplan gaat niet uit van zelfstandige vakken, maar heeft deze onderverdeeld in 3 gebieden:
god, natuur en mensheid, vormgegeven in wereldorientatie. De pedagogische situatie is het kernbegrip van het onderwijs, wereldorientatie het basisbegrip.

A. Over de mens


  1. Elke mens is uniek; zo is er maar één. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde.
  2. Elke mens heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen. Deze wordt zoveel mogelijk gekenmerkt door: zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid. Daarbij mogen ras, nationaliteit, geslacht, seksuele gerichtheid, sociaal milieu, religie, levensbeschouwing of handicap geen verschil uitmaken.
  3. Elke mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig: met andere mensen; met de zintuiglijke waarneembare werkelijkheid van natuur en cultuur; met de niet zintuiglijk waarneembare werkelijkheid.
  4. Elke mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.
  5. Elke mens wordt als een cultuurdrager en – vernieuwer erkend en waar mogelijk ook
    zo benaderd en aangesproken

B. Over de samenleving


  1. Mensen moeten werken aan een samenleving die ieder unieke en onvervangbare waarde respecteert.
  2. Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.
  3. Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.
  4. Mensen moeten werken aan een samenleving die respectvol en zorgvuldig aarde en wereldruimte beheert.
  5. Mensen moeten werken aan een samenleving die de natuurlijke en culturele
    hulpbronnen in verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties gebruikt

C. Over de school


  1. De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen. Ze wordt door de maatschappij beïnvloed en heeft er zelf ook invloed op.
  2. In de school hebben de volwassenen de taak de voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.
  3. In de school wordt de leerstof zowel ontleent aan de leef- en belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen die in de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd voor de hier geschetste ontwikkeling van persoon en samenleving.
  4. In de school wordt onderwijs uitgevoerd in pedagogische situaties en met pedagogische middelen.
  5. In de school wordt het onderwijs vorm gegeven door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk, viering.
  6. In de school vindt overwegend heterogenen groepering van kinderen plaats, naar leeftijd en ontwikkelingsniveau, om het leren van en zorgen voor elkaar te stimuleren.
  7. In de school worden zelfstandig spelen en leren afgewisseld en aangevuld door gestuurd en begeleid leren. Dit laatste is expliciet gericht op niveauverhoging. In dit alles speelt het initiatief van de kinderen een belangrijke rol.
  8. In de school neemt wereldoriëntatie een centrale plaats in met als basis ervaren, ontdekken en onderzoeken.
  9. In de school vinden gedrag- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van dat kind en in samenspraak met hem.
  10. In de school worden verandering en verbeteringen gezien als een nooit eindigend proces. Dit proces wordt gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken.

Bronnen:
http://www.jenaplan.nl
geraadpleegd: 22 februari 2009
http://www.sintbonifatiusjenaplanschool.nl/gemeenschappelijkruimte/schoolinfogids/basisprincipes_jenaplan.htm
geraadpleegd: 22 februari 2009
http://www.jps-dekring.nl/geschiedenis.html

geraadpleegd: 22 februari 2009
http://www.edith.nl/reform/jena/introon.htm
geraadpleegd: 1 maart 2009