Rudolf Steiner
Donji Kraljevec, 25 februari 1861 – Dornach, 30 maart 1925.
R._Steiner.jpgNaast intellectueel vermogen is ook ontplooiing van sociale,
kunstzinnige en ambachtelijke vermogen belangrijk.

Rudolf Steiner, grondlegger van de Vrijeschool in Nederland. Rudolf Steiner was een Oostenrijkse antroposoof en filosoof.

Pedagogische visie

Rudolf Steiner ontwikkelde een pedagogie die ten grondslag ligt aan de wereldwijde Vrijeschool. Scholen voor basis- en middelbaar onderwijs in vele landen. Het woord 'vrij' in deze benaming was bedoeld om aan te geven dat de overheid geen zeggenschap had over deze vorm van onderwijs. De geest moest vrij van welke overheidsdwang dan ook zijn om tot ontwikkeling te kunnen komen. Pedagogische keuzes zijn altijd terug te voeren op de visie die men heeft op het kind en zijn ontwikkeling. Net als andere vormen van onderwijs heeft het Vrijeschoolonderwijs een eigen pedagogische visie. De vrijeschoolpedagogie is gebaseerd op het antroposofische mensbeeld. Centraal daarin staat de persoonlijke ontwikkelingsweg van elk individueel kind. De ontplooiing van zijn sociale, kunstzinnige en ambachtelijke vermogens is daarin even belangrijk als de ontwikkeling van zijn intellectuele vermogen.
Deze gedachte stamt uit de zogeheten Dreigliederung, de Driegeleding(Een Vrije Geest, een Rechtssysteem op basis van Gelijkheid, en een sociale ordening gebaseerd op Broederschap). Kern van de pedagogische inzichten van Rudolf Steiner is zijn opvatting van de ontwikkelingspsychologie van het kind. De leerstof is in overeenstemming met de fase waarin het kind verkeert en sluit aan op de behoefte van het kind.


Pedagogie als kunst

De vrijeschoolleerkracht ontkent niet dat de factoren milieu en erfelijkheid een rol spelen in het leven van een kind, maar hij houdt vooral rekening met het kind zelf. Het kind wordt niet gezien als een "onbeschreven blad", maar als een mens met eigen talent, eigen voorgeschiedenis en individualiteit. Pedagogie is de kunst te herkennen wat kinderen aan verborgen intenties met zich meebrengen en een klimaat te scheppen waarin ze zich optimaal kunnen ontplooien. Dit maakt ook duidelijk waarom de vrijescholen de prestaties en ontwikkeling van elk afzonderlijk kind gedurende het hele schooltraject volgen en beschrijven.
Aandacht voor kunst en de ontwikkeling van een zielenleven neemt, naast aandacht voor de ontwikkeling tot een sociaal vaardige zelfstandige volwassene, een belangrijke rol in binnen het onderwijs in de Vrijeschool.
Natuurlijk moeten kinderen leren rekenen en schrijven, omgaan met de computer, les krijgen in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis en kennis maken met vakken als wiskunde, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis voor hun toegang tot hoger onderwijs en beroepsvoorbereiding.
Daarnaast krijgen ze op de Vrijescholen een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs. Vakken als schilderen, toneel, handenarbeid, zingen en euritmie (bewegingskunst) zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht). Het is mogelijk om een volledige leerweg af te leggen binnen de Vrijeschool. Dat wil zeggen dat er een VMBO-traject, HAVO en VWO gevolgd kan worden.

De uitgangsgedachte bij het vrije onderwijs is dat een kind zich blijvend ontwikkelt.

Een kind komt op school om bepaalde dingen te leren, zodat hij later goed "toegerust" zijn plaats in de maatschappij kan vinden. Er valt echter niet precies te voorzien hoe die maatschappij eruit zal zien en om welke toepasbare kennis wordt gevraagd. Daarom leggen de Vrijescholen veel nadruk op eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om zich later te kunnen blijven ontwikkelen. Het leerplan van de Vrijeschool is zo opgebouwd dat alle vakken in hun onderlinge samenhang deze ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel. Wie is de mens die wordt onderwezen en waarom en waartoe is er onderwijs en opvoeding? Natuurlijk zijn er bepaalde werkvormen en lesinhouden ontstaan in de meer dan 80 jaar die het Steineronderwijs oud is, zij zijn echter niet de kern van het pedagogisch project. Zij zijn ondergeschikt aan het belang om op het juiste moment en de juiste plaats kinderen te ondersteunen in hun ontwikkeling tot vrije en( moreel) verantwoordelijke individuen, bekwaam en vaardig om hun idealen na te streven in de tijd die hen gegeven is. Elke onderwijsdaad moet in dit licht bekeken worden.
Vergelijk met andere onderwijsvernieuwingsbewegingen.

Onderzoek.
Uit een promotieonderzoek aan de universiteit van Groningen blijkt dat de resultaten van leerlingen van de vrijescholen achterblijven op het gebied van cognitieve (kennis)vakken doordat zij hun vooropleiding genoten hebben op vrijescholen. Zij zijn echter wel meer tevreden, gaan met meer plezier naar school. Zij zijn milder naar anderen toe en meer geneigd anderen te helpen. Hun sociale ontwikkeling lijkt bevorderd te zijn door het volgen van vrijeschoolonderwijs.

Onze mening
Wat is belangrijker? Cognitieve kennis of sociale? Wat heeft de huidige maatschappij nodig? De vormgeving van de maatschappij als kennismaatschappij lijkt in te zetten op cognitieve kennis. Maar moet deze kennis paraat aanwezig zijn in leerlingen of is de kennis waar kennis te vinden (zoals het connectivisme omschrijft) ook voldoende? Uiteindelijk moet de leerling voldoende vaardigheden bezitten om in de huidige maatschappij te kunnen functioneren. Cognitieve vaardigheden als ook sociale vaardigheden. Accenten liggen in de maatschappij, in de verschillende werkvelden, niet enkel op het cognitieve vlak.

Bron:

http://members.lycos.nl/opsychologie/newpage1.html
geraadpleegd: 22 februari 2009
http://nl.wikipedia.org/wiki/Rudolf_Steiner
geraadpleegd: 22 februari 2009